Er was eens …

… een tijd toen mobiele telefoons en internet nog niet bestonden. Het lijkt misschien eeuwen geleden, maar we praten over nauwelijks meer dan een decennium. In hun kinderjaren waren mobiele telefoons onhandig. En het internet was vooral de speeltuin van ICT-enthousiastelingen en zakenlui. Weinigen konden voorspellen dat technologie in zo’n korte tijd zo’n centrale plaats in ons leven zou gaan innemen.
Tegenwoordig wordt iedereen dagelijks met ICT geconfronteerd: op het werk, via de GSM, in de bibliotheek, in de auto, en kinderen hebben het zelfs nodig om hun huiswerk te maken. ICT wordt ook steeds meer als creatief instrument gebruikt. Veel mensen houden hun foto’s enkel nog digitaal bij, of monteren film op de laptop. Kunstenaars gebruiken nieuwe technologie om het publiek met nieuwe ervaringen te confronteren, bijvoorbeeld via virtuele werelden of multimediale installaties.
Razendsnelle evolutie

In de toekomst zullen we steeds meer met ICT te maken krijgen. Onze mobiele telefoons zullen de allure van een volwaardige PC krijgen. We zullen altijd en overal toegang tot het internet hebben, en daarmee ook tot alle informatie en toepassingen die op dat internet beschikbaar zijn. We zullen deze toepassingen gebruiken om te communiceren met onze vrienden en familie, om ervaringen uit te wisselen, om samen te werken, te creëren en om onze kennis uit te breiden.
Waarom is er een Centrum voor Nieuwe Media nodig?

Hoe groter het aanbod aan informatie en toepassingen, en hoe minder we al die digitale media kunnen missen, hoe belangrijker het wordt dat iedereen ze kan gebruiken. De nieuwe media moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Ook wie geboren is vóór de doorbraak van computer en internet moet de nieuwste online diensten kunnen gebruiken. Iedereen moet mobiel informatie kunnen opzoeken die nodig is.
De ontwikkeling van nieuwe diensten en toepassingen gebeurt dan ook het best samen met de mensen die ze zullen gebruiken. De reacties van gebruikers zijn essentieel om snel innovatieve toepassingen te kunnen ontwikkelen. Naast de input van gebruikers zoeken onderzoekers en ontwikkelaars ook steeds meer naar samenwerking met creatieve partners in andere sectoren, zoals cultuurhuizen, bibliotheken, kunstenaars en designers. Een locatie op een kruispunt van media en publiek, zoals De Krook, is dan ook een uitstekende plaats voor een Centrum voor Nieuwe Media.
In het Centrum voor Nieuwe Media kan vanuit verschillend expertises en invalshoeken gewerkt worden aan nieuwe toepassingen en creatieve projecten. In De Krook of in de ruime (virtuele) omgeving van de Krook kunnen ze een voedingsbodem vinden om verder te groeien, of om onderworpen te worden aan de kritische blik van de bezoeker.
Ontmoetingsplaats voor gebruikers en ontwikkelaars

De Waalse Krook wordt letterlijk een ‘living lab’, waar onderzoekers en gebruikers elkaar vinden en met elkaar geconfronteerd worden. Wat de gebruikers betreft moet overigens niet alleen gedacht worden aan individuele gebruikers. De Waalse Krook zal ook een ontmoetingsplaats vormen voor ‘gebruikersgroepen’ zoals scholen en verenigingen, of voor (media)kunstenaars die er inspiratie kunnen vinden voor de creatie van ‘digital art’.
Gebruikers krijgen de kans kennis te maken met nieuwe onderzoeksresultaten en technologieën. Dit kan op een vrijblijvende manier maar ook in gestructureerde gebruikerstesten die door de wetenschappers worden gebruikt om hun onderzoek bij te sturen.
Binnen het Art&D-programma werken kunstenaars samen met technologiespecialisten aan projecten die op een creatieve manier de grenzen verleggen van ons technologisch kunnen.
Onderzoekers van verschillende disciplines ontmoeten elkaar om samen projecten uit te werken. Musicologen, communicatiewetenschappers, ingenieurs, juristen en economen leggen hun kennis bijeen om de toekomst van de media uit te tekenen en toetsen aan de gebruiker.
De informatica- en communicatietechnologie is tegelijk een grote verbruiker van energie en een manier om het energieverbruik intelligenter en zuiniger te maken. Zogenaamde groene ICT zal in het gebouw worden uitgetest en aan het publiek voorgesteld.
De digitale informatie die beschikbaar is op het internet en in archieven groeit exponentieel. In het centrum zullen nieuwe technieken uitgetest worden om deze informatie te zoeken en te visualiseren.






